September 2011

Dankt onder alles

1 Thessalonicenzen 5:18a nav woorden van ds. M.J. Schuurman   

Paulus is niet bang voor grote woorden: Dankt God in àlles. Zo moet het leven er volgens Paulus uitzien: niet een klein beetje dankbaarheid of op enkele momenten van het leven. Altijd! Dankbaarheid met heel ons leven. Met alles wat we hebben de Here dankbaar zijn. Wie enige levenservaring heeft, leert wel af om zulke grote woorden te gebruiken: altijd, nooit, alles, niets. Maar als we de Bijbel lezen komen we die grote woorden tegen. Als mensen die het nodige hebben meegemaakt, moeten we die woorden opnieuw leren. Paulus beseft dat. Het is ook een opdracht die Paulus geeft. De apostel weet dat die algehele dankbaarheid er nog al eens bij inschiet. In de gebedsgroep bidden we met elkaar. Veel gebedsonderwerpen komen aan de orde. Soms zeggen we tegen elkaar dat we nauwelijks tijd maken op te danken.
Deze opdracht die Paulus geeft staat aan het einde van de brief. Als een ps. P.S.: Dankt God in alles. Alsof Paulus nog even wat wilde zeggen. Zo bedoelde Paulus deze opdracht niet. Paulus ziet zichzelf als apostel. Iemand die gezonden is; gezonden door zijn Heer. We zouden Paulus kunnen vergelijken met een postbode: iemand die Gods wensen en verlangens komt brengen. Niet Paulus is aan het woord, maar God zelf. Een opdracht van God zelf. Het valt me op dat er meer van zulke opdrachten zijn. Iemand die met gezag iets tegen ons wil zeggen – alsof God het tegen ons zegt. Laat ik een voorbeeld geven.                                                                             

Gezang 180:
Beveel gerust uw wegen,
al wat u ‘t harte deert,
der trouwe hoed’ en zegen
van Hem, die ‘t al regeert

Daarin staan ook een aantal opdrachten. Lange tijd heb ik die gezongen alsof het hier om een vrome wens gaat. Alsof ik tijdens het zingen tegen mezelf zeg: ‘Laat ik dat maar doen, dat is voor mijn eigen bestwil.’Het gaat ook in dit gezang echter niet om een vrome wens. Maar om iemand anders, die met het gezag van de Ander – van God zelf- tegen mij spreekt. Zodat ik wel moet gehoorzamen. Er wordt een indringend appèl op mij gedaan. Ik kan dat niet zomaar naast mij neerleggen. Omdat de Here tegen mij spreekt:

Laat Hem besturen, waken,‘t is wijsheid wat Hij doet!

Zo ook de opdracht: dankt God in alles. Als een indringend appèl, dat we niet naast ons neer kunnen leggen. Het negeren van deze opdracht is niet alleen schadelijk voor onszelf, maar gaat tegen Gods wil in.
Dankt God in alles. In het christelijk leven staat dankbaarheid niet aan het einde, maar aan het begin. Als we God pas op het einde gaan danken, keren wij de juiste volgorde om. Dankbaarheid is niet het resultaat van onze zoektocht, van onze levenservaringen. Het is niet de vrucht, maar de grond. Dankbaarheid is de vruchtbare bodem waarop alles in ons leven groeit en gedijt. We beginnen met danken en dan volgt de rest: bidden, waken, strijden, zuchten, schreien. Het wordt alles gedragen door dankbaarheid.

Het staat er zo eigenaardig: dankt God in alles. Paulus zegt niet: dankt God ondanks alles. Nee, Paulus wil dat we onder alle omstandigheden danken. God danken ondanks alles betekent: we zoeken net zolang tot we iets kunnen vinden waardoor we God nog kunnen danken. We krikken onszelf op tot dankbaarheid. Dat is heel wat, maar we houden het niet lang vol. En wellicht doen we daar de Here mee tekort. Dankt God in alles is ook meer dan God overal voor danken. Dan dank je de Here voor tegenslag, voor beproeving voor smart. Ook dit is heel wat, want vraagt een geweldige levenservaring.
God danken in alles - omdat Jezus eens zei: ‘Het is volbracht.’ Omdat Hij dat zei na Zijn lijden aan het kruis, weten we dat alles eens goed zal worden. Dat is ons leven en daar houden wij ons aan vast. De Here Jezus zal al het lijden verdrijven en een wereld brengen die onvoorstelbaar goed is. Daarom God in alles danken, omdat dit Zijn wil is. God geeft Zijn schepping niet prijs – ook al heeft de mens Hem losgelaten. Heel het leven, ons leven, heel de wereldgeschiedenis staat in dat teken: dat God trouw is en blijft. Ook in het kruis dat is te dragen. Ook in de wegen die God ons laat gaan. Daarom danken. De oproep om te danken betekent: Gods trouw gedenken en daar uit leven.                                                                  

Gods zegen toegewenst!

 

Januari 2011

God bliuwt dochs altiid wekker? (deel 2, afsluiting)

(in de vorige paedwizer stond de eerste overdenking nav bovengenoemde titel)

Hoe kun je Bijbels gezien de almacht van God verwoorden? Er zijn verschillende gedachten als je spreekt over de almacht. De vorige keer heb ik geschreven over de traditionele visie. Maar er zijn meer visies. Een tweede die je zou kunnen benoemen is de gedachte dat met de almacht de macht van God om te bevrijden wordt uitgedrukt. God kan niet alles, zeggen de mensen die deze visie aanhangen want Hij kon zich niet van het kruis losmaken want Hij moest mens blijven. Wilde Hij in al onze benauwdheden met ons meegaan dan moest Hij dit ook dragen. God kan niet alles maar bevrijding bewerkstelligen dat kan Hij. Hij kan er voor zorgen dat mensen in een ruimte komen te staan, dat ze verder kunnen in hun leven. Het is de macht om te bevrijden. Overal waar dat gebeurt, daar is Gods (al)macht zichtbaar.

Een derde visie schrijft over de macht van de liefde. Als het over Gods almacht gaat, dan gaat het over de macht van Zijn liefde. In de Bijbel vinden we woorden van God terug als genadig, barmhartig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft. Woorden die gaan over de macht van Zijn genade, om de macht van barmhartigheid en dus om de macht van de liefde.

Ten slotte een vierde visie. In deze moderne visie wordt de macht van God alleen eschatologisch gevuld oftewel alleen gezien als Zijn macht om de geschiedenis tot voltooiing te brengen. De vraag die dan direct opkomt, is: als God die macht over de voleinding van de geschiedenis wel heeft, hoe zit het dan met de macht van nu? Waarom wordt die pas aan het eind zichtbaar, en waarom niet nu?

Vier visies op de almacht. Maar ben je daarmee klaar? Ik denk het niet. Ik denk dat het goed is om er over nadenken. Maar eerlijk gezegd hebt u misschien kunnen proeven dat het een worsteling is, het is een zoeken, een verlangen om God God te laten zijn, en ook een verlangen naar heelheid, naar vrede voor ons mensen.

In de Bijbel vinden we in het NT het Griekse woord Pantokrator terug. Letterlijk betekent dat: hij die heerser is van het al. Vaak is dat vertaald als de alleskunner. Deze vertaling komt uit het Latijn maar het is toch nog wel wat anders: Hij die heerser is over het al of Hij die alles kan?

Als we op het spoor willen komen van de almacht moeten we terug gaan naar de Bijbel. In de Bijbel vinden we het woordje Dabar wat ‘kracht’ betekent. Ons woord dynamiek is er van afgeleid. We moeten terug naar het Woord. Want dat is nu Zijn kracht, daarin zit Gods macht: in Zijn woord! Als het over de almacht van God gaat, in de Schrift, maar ook in de apostolische geloofsbelijdenis, dan gaat het niet over Zijn almacht zo zonder meer, dan gaat het niet over een God die zomaar zonder enige zin of samenhang alles kan, maar dan gaat het over Zijn Woord. Dan gaat het over de geweldige kracht die dat woord bezit. Dat nu vinden we terug in de Bijbel. Jesaja 55 schrijft “Het (woord) zal niet leeg tot mij terugkeren, maar het zal doen wat mij behaagt en dat volbrengen, waartoe ik het zend” Dat vinden we ook terug in de Scheppingswoorden. Dat vinden we terug in Lucas 1 ‘want geen woord dat van God komt, zal krachteloos zijn’ Of in Johannes 1 waar het spreken van God zo treffend naar voren komt. Het spreken over God begint bij het Woord. “in den beginne was het Woord” en “alle dingen zijn door dat Woord geworden”

Wat heeft de geloofbelijdenis nu tot uitdrukking willen brengen met die woorden Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige? Het wil daarmee zeggen dat Gods spreken de kracht heeft, alle kracht om dingen (in ons leven) te bewerkstelligen, juist die dingen waarvan wij zouden denken dat daar nooit verandering in kan komen.

Dat spreken van God dat is uiteindelijk op de lezer gericht. Op ons als gemeente. Dat spreken, dat Woord van God, dat wil ons openmaken, dat wil ons raken, dat wil ons in beweging zetten naar die ander toe. De vraag aan ons is of wij aan dat spreken van Hem gehoor willen geven?

Gods zegen toegewenst,

 

 

December 2010

God bliuwt dochs altiid wekker?

 In de dankdienst voor gewas en arbeid hebben we nagedacht over de woorden uit Psalm 103. Ik begon de preek toen met de woorden van de titel van deze overdenking. Het zijn woorden die onze zoon Matthijs op een nacht uitsprak toen hij wakker werd. Er zijn een aantal mensen geweest die me hebben aangesproken of ik nog iets wilde zeggen of schrijven over de titel. Daarom wil ik in een aantal keren iets gaan schrijven over dit onderwerp.

Ik sprak in de preek over de almacht van God en hoe dat Bijbels gezien verwoord zou kunnen worden. Er zijn veel verschillende interpretaties als we over de almacht spreken.

Bliuwt God altiid wekker? is een existentiële vraag. Natuurlijk als een kind dit uitspreekt is het op zoek naar vertrouwen en geborgenheid. Maar misschien is dat ook wel de betekenis voor mensen die al langer nadenken over de betekenis. Het heeft direct betrokkenheid op je eigen leven. We komen uit bij woorden uit de apostolische geloofsbelijdenis. Hier staat de zin “Ik geloof in God de Vader, de Almachtige” De almacht van God is een teer en moeilijk onderwerp. Ieder mens zal weleens een periode kennen waarop hij of zij daar moeite mee heeft gehad. Als God almachtig is waarom heeft Hij toen niets gedaan, in de concentratiekampen? En waarom doet Hij niets tegen al die vreselijke ziektes, aids, kanker, waaraan zoveel mensen moeten lijden? Als Hij echt almachtig is waarom grijpt Hij dan nu niet in…………en dan kunnen we allerlei nare situaties opnoemen die er te bedenken zijn. Het zijn indringende vragen waar je maar moeilijk een bevredigend antwoord op kunt vinden. Ze worden nog indringender als mensen ze stellen die in dergelijke situaties verkeren. Wat moet je dan zeggen? Wat zou je vanuit je geloof kunnen zeggen? Sommige mensen zeggen dat ook “ik zou het willen geloven maar ik kan het niet meer”

Wat belijden we als het over Gods almacht gaat? Wat wordt daarmee uitgedrukt? In de preek kwamen een aantal visies naar voren. In deze eerste overdenking gaat het over de traditionele visie.

Als je mensen vraag wat ze onder almacht verstaan, dan zeggen ze: dat God alles kan. Met een nadruk op het woordje “alles” Hij kan alles: Hij kan mensen beter maken, Hij kan een einde aan de oorlog maken. “God kan alles” is een beeld dat bij veel mensen vertrouwd is. Maar de vraag is of dat idee klopt met de manier waarop er in de Bijbel over God wordt gesproken en of de woorden uit de apostolische geloofsbelijdenis ook zo bedoeld zijn.  Dat kan ook een probleem zijn bij ons Bijbellezen. Dat je eigen gedachten over God erin leest, dat je het woord ‘God’ invult met je eigen ideeën over hoe God volgens jou moet zijn. De theoloog Miskotte zegt in het boek “God is machtig, maar hoe?” ‘al voor we de Bijbel opendoen, weten we al wat een god ons past en aan welke vereisten Hij volgens ons moet beantwoorden.’ En dan komt als een van de eerste beelden naar voren dat God machtig is. Een beeld van: een god die niet (al)machtig is, die niet alles kan, is voor ons gevoel toch eigenlijk helemaal geen God? 

Als we de Bijbel dan gaan lezen vanuit deze achtergrond dan is het lastig om een helder beeld te hebben, er ligt als het ware al een soort van mist over heen.

De almacht komt in de Bijbel maar weinig voor. De psalmen schrijven van een machtige God en er wordt in veel lofzangen gesproken over God die zoveel betekent in het leven van mensen. Schitterende beelden van pelgrims die vertellen over de machtige ervaringen met God. Zeer waardevol! Maar over de Almacht zoals hierboven geschreven wordt heel weinig gesproken in de Bijbel. In het Oude testament vinden we het in het bijzonder terug in het boekje Job en in het Nieuwe testament een aantal keren in het boek Openbaring. 

In de NBG-vertaling staat een aantal keren “de Almachtige” te lezen. Het oude Testament is geschreven in het Hebreeuws. En daar staat het woord “El Sjaddai” De NBG schrijft dus “de Almachtige” NBV vertaling heeft het vertaald als “de Ontzagwekkende” Binnen de theologie zijn er verschillende verklaringen over hoe je dit woord moet vertalen dat zien we ook aan de verschillen in de Bijbelvertalingen. Er is echter nog een andere uitleg, die veel steun in het Oude Testament krijgt. Binnen het Jodendom wordt het woord afgeleid van het werkwoord dat “voeden” betekent. Shaddai kan namelijk afgeleid zijn van het Hebreeuwse woord 'shad' dat borst betekent. In verbinding met EL is God dan degene, die machtig is om te voeden, te schenken, tot verzadiging toe. Misschien is dat wel de meest juist vertaling van “El Sjaddai”: de God die voedt, zodat ze genoeg hebben. Een prachtig beeld! God die mensen voedt zodat ze genoeg hebben. Zoals de bede uit het Onze Vader. Geef ons heden ons dagelijks brood. Met dit beeld van God wil ik deze eerste aanzet afsluiten.

God die ons voedt zodat wij genoeg hebben. Wat een machtige God!

Gods zegen toegewenst.

Johan Helfferich

November 2010

Danken!

Dankt God onder alle omstandigheden (1 Thessalonicenzen 5:18a)

Op woensdag 3 november is het dankdag voor gewas en arbeid. Om 19.00 uur hopen we een dankdienst te houden in de Ark.

In onze gemeente hebben we ook wel eens gesproken om deze dienst op woensdagavond te laten vallen en op te schuiven naar een zondag. Maar een dankdienst zo halverwege de week, op woensdag, kan heel waardevol zijn. Het is een goed moment om even stil te staan bij “Danken” In gesprekken met gemeenteleden wordt soms uitgesproken dat er maar weinig ruimte is voor “danken” We zenden ons lijstje op in ons gebed maar woorden van dank blijven weleens achterwege……..

Paulus wijst de gemeente van Thessaloniki ook op danken. Paulus is niet bang voor grote woorden: Dankt God onder alle omstandigheden. Zo moet het leven er volgens Paulus uitzien: niet een klein beetje dankbaarheid of op enkele momenten van het leven. Altijd. Dankbaarheid met heel ons leven. Met alles wat we hebben de Heer dankbaar zijn.

Is het niet een beetje teveel wat Paulus aanreikt? Is het geen onmogelijke opdracht? Als je enige levenservaring hebt, leer je wel af om zulke grote woorden te gebruiken: altijd, nooit, alles, niets.

Toch als we de Bijbel lezen komen we die grote woorden tegen. Misschien moeten we als mensen die het nodige hebben meegemaakt, die woorden opnieuw leren. Paulus beseft dat. Het is ook een opdracht die Paulus geeft. De apostel lijkt te weten dat die dankbaarheid er nog al eens bij inschiet. Deze opdracht staat aan het einde van de brief. Als een ps.  

P.S.: Dankt God onder alle omstandigheden. Alsof Paulus nog even wat wilde zeggen. Zo bedoelde Paulus deze opdracht niet. Paulus ziet zichzelf als apostel. Iemand die gezonden is; gezonden door zijn Heer. Misschien kunnen we Paulus wel vergelijken met een postbode: iemand die Gods wensen en verlangens komt brengen. Dan is Paulus wellicht niet zelf aan het woord, maar God zelf.

Dankt God in alles. Als bidden en danken hoort bij onze dagelijkse omgang met God wordt het wellicht anders. Dan kan dankbaarheid misschien wel het begin zijn en niet het einde. Als we God pas op het einde gaan danken, keren wij de juiste volgorde om. Dankbaarheid is niet het resultaat van onze zoektocht, van onze levenservaringen. Het is niet de vrucht, maar de grond. Dankbaarheid is de vruchtbare bodem waarop alles in ons leven groeit en gedijt. We beginnen met danken en dan volgt de rest: bidden, waken, strijden, zuchten. Het wordt alles gedragen door dankbaarheid. Een leven met God geeft dankbaarheid op voor hand en dan is de opdracht van Paulus wellicht ook onze opdracht. Dankt God.  De oproep om te danken betekent: Gods trouw gedenken en daar uit leven. Gods zegen toegewenst,

 

Juni, 2010

Wachten…..!
Mijn ziel wacht op de Here,
meer dan wachters op de morgen. Psalm 130:6

Wachten is één van de moeilijkste dingen voor moderne mensen zoals wij zijn. Wachten dat is zonde van je tijd, is zinloos, kost geld, wat had je in de tussentijd allemaal wel niet kunnen doen? En wachten is helemaal vervelend als je niet weet hoe laat iemand komt of als je niet weet waarop je wacht.
We nemen liever de auto, dan het openbaar vervoer, want bus, trein associëren we al gauw met wachten!Wachten, het lijkt niet goed bij ons te passen. Wij willen actie ondernemen. Aan de gang gaan. Initiatieven ontplooien. Ook in de kerk, in onze gemeente van Hijum en Finkum doen we dat. En dat is fijn, het geeft voldoening. Maar gewoon wachten lijkt er niet bij te passen. En toch, het is heel opvallend hoe vaak je in de Bijbel leest over “wachten”. Wel moet opgemerkt worden dat er altijd bij staat waarop of op wie men wacht. Abraham verwachtte de stad met de fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is. (Hebr. 11:10); Jakob wachtte op het heil van de HERE (Gen. 49:18)
De bruidsmeisjes wachten op de bruidegom.
Waarop of op wie men wacht in de Bijbel is duidelijk. Alleen minder duidelijk is hoe lang het wachten gaat duren. Soms heel lang!
Abraham bleef wachten op het beloofde land, op dat beloofde volk, op die beloofde zegen. ’Ik zal u tot een groot volk maken en u zegenen en uw naam groot maken en gij zult tot een zegen zijn en met u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden’ (Gen. 12:2,3). Hoe lang het wachten zou duren dat wist Abraham niet, maar dat het beloofde zou komen, daarvan was Abraham overtuigd!

Wachten betekent in de Bijbel ver-wachten, uitzien naar.
De tijd van wachten is daarom niet zinloos, niet leeg, maar gevuld. Het wachten kan echt lang duren, maar het is niet voor niets. Het hele Oude Testament staat vol met beloften over wachten op Jezus’ 1e komst. Kijk maar eens naar Jes. 7:14 ‘daarom zal de Here zelf u een teken geven: zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren en zij zal hem de naam Immanuël geven (God met ons)’
En alle beloften zijn uitgekomen. God heeft in het laatst der dagen gesproken IN de Zoon, Jezus Christus. Hij kwam bij ons heel gewoon, de Zoon van God als Mensenzoon. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. (Joh. 1:14)

In Psalm 130 wordt ook gesproken over wachten.
’Mijn ziel wacht op de Here, meer nog dan wachters op de morgen’Mijn ziel, mijn wezen, dat wat mij maakt tot mens, mijn wil, mijn gevoel, mijn verstand, mijn ziel WACHT!
Wachters die de stad moesten bewaken verlangden ernaar dat het weer morgen zou worden. Maar meer nog wacht mijn ziel op de Here! Uitzien naar dat wat de Hemelse God in onze eigen leven wil gaan doen! Kom, o heil’ge Geest van God, vul opnieuw mijn hart! Dat is Pinksteren!
De wereld wacht op dat wat zal komen….nog meer storm, nog meer angst, nog meer geweld, nog meer. De politieke leiders vallen over elkaar heen om elkaar “zwart” te maken en te bekritiseren. Het lijkt niet op uitzien en verwachten!
Wij, als gemeente van Jezus Christus, verwachten ‘naar Zijn belofte’ een nieuwe aarde onder een nieuwe hemel. Wij verwachten de Heilige Geest, de Trooster. Onze God komt naar ons toe. Laten we als gemeente, maar ook persoonlijk het alleen van Hem verwachten!
Mijn ziel wacht op de Here

 

 

Januari 2010

"Een heilzaam treffen!!"

 "Rijken en armen ontmoeten elkaar..…..hun aller Maker is de Here"

Spreuken 22:2

(Nav overdenking uit Pernis, schrijver onbekend.)

 Twee verschillende werelden: rijken en armen!

De rijken genieten hun Kerstdiners in goed verwarmde restaurants of thuis bij de open haard, samen met hun in stemmige kledij gestoken vrienden. Ze zijn in de regel een paar dagen vrij, nemen rust zo tegen het einde van het jaar en maken soms letterlijk, maar vaker figuurlijk de balans op van hun leven. De armen zijn moe van het vele en lange werken onder ongunstige omstandigheden, voelen zich permanent gammel wegens te weinig en te ongezond voedsel en drinkwater en rijgen de dagen en de jaren aaneen, zonder dat er enig onderscheid in zit. Gelukkig of ongelukkig kunnen overigens beiden zijn, want de omstandigheden scheppen wel noodzakelijke voorwaarden voor geluk, maar nooit voldoende.
Mensen in Leeuwarden zaten bij elkaar in het Aanloophuis.  Het was wel koud en donker in deze tijd voor de kerst maar sommigen ontdekten ook elementaire waarden als medeleven, zorg en verantwoordelijkheid voor elkaar terug. En wellicht genoten ze voor het eerst echt van een beetje warmte of een kop koffie wat enkelingen via een noodaggregaat nog konden produceren... Af en toe sliepen ze op straat maar soms lukte het om bij het Leger des Heils een plekje te vinden. Even de warmte, even televisiekijken. Ze zagen beelden van mensen op straat die het moeilijk hadden…….. 

Grote verschillen tussen armen en rijken. Twee verschillende werelden die zover uit elkaar liggen.

 

In de Kerstnachtdiensten zien we veel mensen ter kerke gaan: rijk en arm wil er toch even bij zijn. In sommige kerken moet je zelfs entreegeld betalen, zo vol is het! In Parijs lagen in de Notre Dame dronken clochards met flessen wijn in de hand achterin de kerk, koorknaapjes wandelden ertussen en prezen opnamen aan die van eerdere Kerstnachtdiensten gemaakt waren - verkochten die ook daadwerkelijk tijdens de mis!! - en voorin liepen de rijke in galante kledij en schitterende kapsels uitgedoste upper-ten naar hun zitplaatsen. In één kerk, maar zij zagen elkaar niet! Na de dienst ging ook ieder weer snel zijns weegs (voor sommige clochards was dat een kartonnen doos over zich heen trekken en op een rooster gaan liggen bij -5 graden!).

Er is een onoverbrugbare kloof tussen rijk en arm. Als ouders ben je soms oprecht bedroefd over de ontevredenheid van je kinderen die vanwege die kloof niet weten hoe het met hun leeftijdsgenoten elders er voor staat. Maar denken we even verder, we moeten misschien wel eerlijk toegeven dat wijzelf verantwoordelijk zijn voor die ontstane kloof. En nog niet eens wij persoonlijk, maar wij als gemeenschap, als systeem, als radarwerk waarin wij gevangen zitten.

Het bijzondere van de geboorte van Jezus is dat rijken en armen op Hem worden betrokken: arme herders, uitschot in die dagen, mochten zelfs niet als getuigen optreden in een rechtszaak vanwege hun slechte naam en exotische magiërs uit een ver land (wijzen of koningen noemen wij ze) die zelfs in het koninklijk paleis ontvangen worden, treffen elkaar rond de geboren Heiland der wereld.
Even later in de tempel staan er ook twee oude mensen om het Kind heen die de jonge ouders verbazingwekkende woorden zeggen. Rangen en standen vallen weg bij Jezus: hij spreekt met hoeren en tollenaars, maar ook een Romeinse legeroverste en een rijke jongeling ontmoeten Hem. Het Kind herinnert ons in Zijn verschijning en optreden aan onze Maker, onze Schepper, onze God. Wie zijn wij voor God? Niets meer en niets minder dan Zijn schepselen. Allen gelijkwaardig, met ieder zijn eigen problematiek. Bij Hem vallen alle maskers af, elk rollenspel dat wij spelen in de samenleving. Dit Kind herinnert ons eraan dat wij kinderen van God zijn, kinderen van één Vader. Wij zijn dat vergeten, we hebben onze Vader genegeerd, doodgezwegen en de rug toegekeerd. Daardoor zijn wij ook vreemden voor elkaar geworden en leeft ieder op zijn eigen eilandje, zonder brugverbinding naar elkaar.

Het Kind geeft ons aan elkaar terug, omdat het ons aan de Vader teruggeeft. Beginpunt van die ontmoeting is de kribbe, waarin het Kind ligt. Wezenlijk ijkpunt van die ontmoeting is het kruis, waar Hij voor rijken en armen, groten en kleinen, de vervreemding van God in onze plaats verdroeg en uitdreef, waardoor de toegang tot de Vader geopend werd. Keerpunt van die ontmoeting is op Pasen waar de levende Here Jezus uit de diepste vorm van vervreemding, de dood, opstond. Trefpunt van die ontmoeting is de uitstorting van Zijn Geest die mensen bezield om de kloven tussen rijk en arm, land en natie, groot en klein, rang en stand te overbruggen. Eindpunt is het Rijk Gods, waarin allen rondom de troon Hem eendrachtig en eensgezind zullen grootmaken. 'Rijken en armen ontmoeten elkaar, hun aller Maker is de Here'! 

Zullen we, ziende op Hét Kínd, daar nu al een begin mee maken?

 

December 2009

Advent - WEES NIET BANG..!’Nav Lucas 2: 10,11

We zijn met elkaar op weg naar het feest van Kerst. Vier weken advent geven ons de gelegenheid om ‘goed voorbereid’ Kerst te vieren. In de donkere dagen voor Kerst bereiden we ons voor op het feest van het licht. Dat spel van licht en donker hoort voor ons gevoel bij Kerst. (op het zuidelijk halfrond wordt daar heel anders over gedacht. Een gemeentelid vierde een aantal jaren geleden Advent en Kerst in Australië en hij vertelde dat het dan een heel ander gevoel geeft!). Donker heeft veelal negatieve associaties als somber, moeizaam, zwaar.

De donkere dagen voor Kerstmis zeggen we dan. De kleur zwart maakt ons meestal niet vrolijk en zeker als het gecombineerd wordt met ‘duister’ gaat het onheilspellend klinken. Het roept de schaduwkanten van ons leven op; de plekken waar geen licht valt. Toch waren de herders van wie we horen kennelijk wel met dit donker vertrouwd. Hun bestaan was er mee verweven. Ze leefden voor een groot deel in dat duister om daar te waken over wat hun was toevertrouwd. Er kon zich in het donker alles bewegen wat het gemunt had op de schapen: jouw belang en jouw bezit. Waken in het donker was deel van het bestaan. Alert zijn op onheil dat in het duister rondwaart.

‘ Wees niet bang,…’ opmerkelijk genoeg zijn dit de eerste woorden aan mensen die volop in het licht worden gezet. Licht heeft in de bijbel alles te maken met leven en met Gods aanwezigheid. En kennelijk worden wij, mensen, makkelijk bang ‘in het licht van Gods aanwezigheid’. Juist daar voelen we ons kennelijk minder op ons gemak dan in het duister, waar wij ons proberen te wapenen tegen onheil. Leven in het licht is een kwetsbare vorm van leven. Gods aanwezigheid werkt ‘ontwapenend’ en daarin voelen we ons makkelijk onthand. Je kunt je ook moeilijk wapenen tegen het licht. Juist dat licht nodigt ons uit allerlei verdedigingsmechanismen neer te leggen.

Het gaat in dat licht niet om ons bezit en onze belangen, maar om wat God ons wil geven. Het gaat om volop aanwezig te zijn bij en betrokken te zijn op het kind van kerst, de Messias, de Christus.

Net als de herders worden we geroepen tot een heel andere levensstijl. We worden geroepen een geschonken ruimte te betreden en een nieuwe relatie aan te gaan. Het gaat niet over zaken die wij veilig stellen of verdedigen. Het gaat om leven en relatie wat ons wordt gegund. We zijn geen bestrijders in het donker of van het duister, maar genodigden in het licht, genodigd tot leven in Gods aanwezigheid. Dat ‘voelt’ heel anders dan we gewoon zijn. ‘Wees niet bang…’ is de aansporing die herders en wijzelf kennelijk hard nodig hebben om ons niet ‘blind te staren in het duister’, maar te durven staan, durven leven in het licht. Om uit te leven dat je door God genodigd en gewenst bent, vraagt levensmoed. En juist dat wordt ons aangereikt in die allereerste woorden, waarmee Gods aanwezigheid ons aanraakt: ‘wees niet bang!’

Advent kan ons leren het duister te verlaten en te leven in Gods licht. Zo mogen we onderweg gaan op weg naar Kerst. “Wees niet bang want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen.”

Ik wens u een goede adventstijd en gezegende kerstdagen met veel vreugde en levensmoed.

 

Oktober 2009

Lastdragers gevraagd! 

Nav een overdenking van R. van Herk – Berkhof

In de bijbel trekt het werkwoord dragen in menig verhaal de aandacht. Met dit woord hangen heel wat werkwoorden samen: opnemen van een last, opnemen van een kruis, uithouden, verdraagzaam zijn, geduldig zijn, volhouden, wegdragen. In de stille week komt ieder jaar de lezing uit Jesaja 53 wel aan de orde, de profetie over de lijdende dienaar van de Heer, Christus. Jezus heeft heel wat gedragen en verdragen, zo lezen we hier: Hij verdroeg dat Hij door mensen werd gemeden, Hij droeg het lijden, Hij droeg ziekte, Hij verdroeg verguizing en minachting, Hij droeg onze zonden, Hij verdroeg zweepslagen, Hij droeg onze wandaden, Hij verdroeg mishandeling maar verzette zich niet.  

Gemeenschappen en relaties zijn gedoemd tot ondergang als individuen niet bereid zijn elkaar te dragen en te verdragen. In onze samenleving wordt het woord niet voor niets vaak in de mond genomen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in sociaal-economische context: de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Het gebeurt ook in culturele context – discussies over verdraagzaamheid en tolerantie zijn regelmatig gaande, nu culturen en opvattingen over democratie en integratie pijnlijk met elkaar botsen.

Verdragen is een vorm van dragen. Het doelt op de zorg voor en het omzien naar elkaar. Verdragen kan een last zijn, maar men neemt die last op zich om de kwaliteit van de gemeenschap en de relatie te bewaren.

Paulus roept de christenen in Efeze op elkaar te verdragen in liefde. Deze oproep staat naast de oproep te wandelen met nederigheid, zachtheid en lankmoedigheid. Met welk doel? Om de eenheid van de Geest vast te houden en zo de vrede te bewaren. De begrippen nederigheid, zachtheid en lankmoedigheid geven inhoud aan de verdragende liefde. Het lukt alleen elkaar te verdragen als liefde de ruimte krijgt, liefde is de kracht die tot alles in staat is.

In een andere brief, geadresseerd aan de gemeente van Kolosse, schrijft Paulus in ongeveer dezelfde bewoordingen over het verdragen van elkaar. Ook deze christenen roept hij op elkaar te verdragen met barmhartigheid, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld – en voegt daar de liefde aan toe (Kol.3:13).

Ook de brief die Paulus aan de christenen in Galatië schrijft bevat een aansporing: draag elkaars lasten! (Gal. 6:2). De schrijver doelt op het dragen van de last genoemd in het eerste vers van dit hoofdstuk: de misstap van een ander mens. Hoe moeten christenen zich tegenover zo’n persoon gedragen? Paulus zegt: die mens moeten jullie, die door de Geest geleid worden, helpen. Vanuit welke houding? De houding van zachtmoedigheid en kijkend naar jezelf, want een misstap kan ook jullie overkomen. Meteen na deze aansporing om elkaar te helpen bij een misstap staat er: draag elkaars lasten. Wie daaraan gehoor geeft, vervult de wet van Christus. Deze wet heeft als kern de liefde. Bij lasten gaat het dus niet om een tekort aan levensbehoeften, maar om een tekort aan hebbelijkheden, aan wijsheid, aan tact, aan…. Samenvattend zouden we kunnen zeggen: een tekort aan navolging van Christus. Lukt het om die draagkracht op te brengen, de wet van Christus te vervullen? Ja! Ja, mits de gelovige zich laat inspireren door de Geest. Door die inspiratie groeit in hem of haar de vrucht van de Geest. Deze vrucht – liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, betrouwbaarheid, zachtmoedigheid, zelfbeheersing – maakt het dragen van elkaars lasten mogelijk.

In een vierde brief, gericht aan de christenen in Korinte, geeft Paulus een uitwerking van wat de liefde inhoudt: liefde is geduldig en vol goedheid, liefde is niet grof en zelfzuchtig,

liefde verheugt zich niet over onrecht maar vindt vreugde in waarheid, liefde verdraagt alles, gelooft alles, hoopt alles (1 Kor.13).

Vier brieven aan vier gemeenten van Christus, met telkens dezelfde boodschap: ziehier de ingrediënten voor een gemeenschap die dragen en verdragen voluit in de praktijk brengt. God is een God van het dragen. Christus, de Zoon, is de Zoon van het dragen: Hij droeg het kruis, en bracht verzoening door zijn dragen. Zo is ook de volgeling tot dragen geroepen. Zoals Christus in het dragen de gemeenschap met de Vader bewaart, zo is in het dragen van de volgeling de gemeenschap met Christus en met de medemens bewaard.                                            

September 2009 

“Zomaar te gaan met een stok in je hand……

” Meditatie nav Marcus 6: 8: Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok.

Het eerste wat je mee zou willen nemen als je onderweg gaat in een warm land is water…. Tenminste dat is wat ik me kan bedenken.  ‘We moeten goed drinken’ zeggen we dan. In de tijd van de Bijbel is dat des te meer aan de hand. Als je op pad gaat zorg je voor water. Zonder water zet je, om zo te zeggen, geen stap. In de reeks die Jezus aanreikt valt op dat water ontbreekt. Het wordt niet genoemd  bij wat wel mee genomen zou kunnen worden. Maar ook het andere blijft achterwege. “Alleen een stok” horen we in het bovenstaande vers uit Marcus.  Jezus stuurt zijn twaalf speciale leerlingen, die Hij tot apostelen maakte, erop uit om in zijn naam onder de mensen van Israël de boodschap van het koninkrijk van God af te kondigen.  Hij zegt tegen hen: ‘niets meenemen voor onderweg, alleen een stok.

Hoe zouden wij op pad gaan? De stok heeft een kenmerkende functie in de Bijbel. Als David, de kleine herdersjongen, de reus Goliath met alleen z’n staf tegemoet komt roept hij: ‘ben ik dan een hond, dat je op mij af komt met een stok?’ De staf heeft dus iets van de stok om de hond te slaan.  Een stok, een staf voor onderweg zoals een herder die met zich mee droeg.

Niets voor onderweg,……… alleen een stok! In de Bijbelse taal wordt de stok inderdaad ook wel staf genoemd. In de dagelijkse praktijk, zodra je op wegen of paden buiten moest lopen – van het ene dorp na het andere bijvoorbeeld – had je wel zo’n stok nodig, als je derde been. Wie in de bergen heeft gewandeld kan dat goed begrijpen. Dan heb je geen mooie strakke klinkerwegen laat staan asfalt. Dat wat de leerlingen het meest nodig hebben onderweg op de been te blijven mogen zij meenemen: een stok.

Laten we het erop houden dat de eenzame stok bij Marcus staat voor het enige dat zij als Jezus’ apostelen van zichzelf mee kunnen brengen om aan hun taak te beginnen. ‘Het overige zal jullie geschonken worden’ mogen we erbij denken. Zo benadrukt deze stok dat zij het werk van de Heer gaan doen in zijn opdracht, op zijn gezag en uit zijn kracht! Zij gaan op weg in grote afhankelijkheid. Ze zijn afhankelijk van de mensen met wie ze te maken krijgen. Durven ze dat? Het betekent dat ze afhankelijk zijn van Jezus en op de tweede plaats van de mensen.

Hoe leggen we dat naar onszelf toe uit? “Alleen een stok……….?”

Het signaal dat aan de apostelen en ook aan ons wordt gegeven is dat de dienst van de twaalf apostelen aan het Evangelie integraal deel uitmaakt van het levenswerk van Jezus. De verkondiging van de apostelen is niet hun gelovig initiatief. De wording van de christelijke gemeente gaat niet terug op de beslissing van de 12 apostelen. Niet terug op enig ander mens dan op de God gezonden Zoon: Jezus Christus. De reacties die de discipelen onder mensen oproepen zal voor hen voldoende zijn om te leven, om mee te overleven. Dat wil getuigen van de ongelooflijke vrijheid waar zij door de opdracht van Jezus in worden gesteld. Zij zullen het zich kunnen veroorloven het stof af te schudden van hun voeten tegenover mensen die zich van hen afwenden. Zij zijn niet afhankelijk op de manier zoals reclamemakers dat zijn van wie zij willen bereiken. Die moeten hun boodschappen keer op keer herhalen. Tot de mensen murw zijn en tenslotte voor de bijl gaan. Zo gaat het evangelie niet door de wereld!

“Alleen een stok” - we moeten het beeld ook eens andersom laten spreken. Onze betrokkenheid in het leven van Jezus vraagt onze volledige inzet. Maar wie tot geloof is gekomen in Jezus als de Christus, zal zich ook willen toewijden aan God en zijn Zoon, en naar eigen gedachte kan dit nooit genoeg zijn, is er geen einde aan.

Maar dit nooit genoeg hoeft niet ten koste te gaan van onze vrijheid en onze vreugde! Het vormt geen belasting voor ons. ’t Geeft ons geen gevoel dat we tekort schieten, schuldig zijn of blijven. Het is ook niet onze eigen prestatie, niet onze eigen bijdrage aan het werk van God. Het is – dwaasheid in de ogen van alle wijzen – ‘alleen een stok’! Maar wel om te gaan, om werkelijk te leven al de dagen die God ons ten leven geeft.

Gods Zegen toegewenst!

 

Juni 2009

Jullie hebben Hem niet gezien, niettemin hebben jullie Hem lief… 1 Petrus 1:8 (nav een overdenking van ds. P. Visser) 

Chatten is een manier om met elkaar te communiceren praten via internet. Het is eigenlijk net als met een telefoongesprek. Chattend kun je met meerdere mensen tegelijk praten. Het is noodzakelijk dat alle gesprekspartners tezelfdertijd aanwezig zijn en op elkaars opmerkingen reageren. 

Ze was hem via internet al chattend op het spoor gekomen. Wekenlang hadden ze daarna elke dag contact gehad. Van alles en nog wat uitgewisseld. En gaandeweg waren ze al meer voor elkaar gaan voelen. Ja, van elkaar gaan houden… zonder elkaar gezien te hebben. Het gaf zo’n gevoel als ze samen met elkaar uit konden wisselen. De afstand was groot maar het voelde zo dichtbij. 

Uitzonderlijk is het niet. Het wordt steeds meer ‘in’ om op deze manier relaties aan te gaan. Het blijkt dat heel veel mensen die “alleen” zijn en op zoek zijn naar een partner zich inschrijven bij een relatiebureau via internet. Het gaat gemakkelijk. Je klikt op een relatiesite, geeft je persoonlijke gegevens in en via de computer wordt er gezocht of er een “match” is met jouw gegevens. Zo kun je dan voorzichtig met elkaar in gesprek raken. Al chattend. Apart eigenlijk. Want het lijkt heel veel op wat Petrus zo’n 2000 jaar geleden schreef aan de gelovigen van toen: Zonder Jezus gezien te hebben, hebben jullie Hem lief gekregen. Zoals het vandaag gaat tussen mensen, gaat het al eeuwenlang tussen God en ons hart: Hij legt contact zonder dat je Hem ziet, zo intens dat het je hart in vuur en vlam zet en er een vertrouwensrelatie ontstaat… tussen jou en Hem. 

Eerlijk gezegd snap ik niet goed als je dit in het alledaagse leven heel normaal vindt, maar daar ineens moeilijk over doet als het over God gaat. Het ‘niet zien’ dan alleen ervaart als een obstakel. En dat als een reden om geen relatie met Hem aan te gaan. Een beetje achterhaald, vind u ook niet? Waarom zou tussen Hem en mij niet kunnen gebeuren wat wel gebeurt tussen mensen onderling?! 

Gezocht of ongezocht overkomt het je. Dat God met jou online gaat. Hij maakt iets gaande in je binnenste. Lezend uit de bijbel, luisterend naar het evangelie, begint Hij, terwijl je Hem niet ziet, tot je te spreken. Ja zo ervaar je dat. En zo is het ook. Hij spreekt in de kracht van Zijn Geest. De Pinkstergeest. En het spreekt je zó aan, dat jij ook online gaat met Hem… 

Ik kan je niet beloven, dat het altijd zo snel gaat als wij gewend zijn. Je moet nog al eens wachten op antwoord. Waarom dat is? Omdat Hij God is en wij mensen zijn…. 

Mooi als je intussen online met Hem bent. En er elke dag even voor gaat zitten. Om contact te houden. Via de bijbel en het gebed. Wie dat doet, merkt tot z’n verrassing dat het steeds intenser wordt. Een over-en-weer, waarin jij al eerlijker en opener wordt over jezelf en Hij Zich steeds meer laat kennen aan jou. Intussen wil Hij maar één ding: jou winnen voor Hem… voor Zijn liefde… voor een leven met Hem. Onomwonden zegt Hij wie Hij voor je wezen wil. In de hoop dat je hart daar zo vol van wordt, dat je niet meer om Hem heen kunt. Hij je één en al wordt. Je grote liefde en verlangen… al zie je Hem nog niet. 

Wie offline leeft, snapt er niks van, hoe zoiets kan. De enige manier om er achter te komen is dan: inloggen op Zijn adres. Door te bidden. En door je bijbel erbij te pakken. Daar heb je internet niet voor nodig. Gods droom met jou is groot. Probeer het maar. En Zijn belofte luidt: Wie zoekt, die vindt… 

Gods zegen gewenst, Johan Helfferich

Mei 2009

Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen dan………! 

En Jezus blies op hen en zei: Ontvangt de heilige Geest. (Johannes 20:22) De Bijbel is verrassend! Eén van de mooie dingen van de bijbel vind ik, dat het allemaal toch vaak net weer een beetje anders is dan we dachten. Soms hoor je mensen het ook zeggen: “dat heb ik nou nog nooit gelezen”! We zijn christenen. We zijn er misschien aan gewend om naar de kerk te gaan, om uit de bijbel te lezen, om de christelijke feestdagen te vieren. En over het algemeen is dat allemaal keurig geordend. We hebben Pasen gevierd en dan is het over vijftig dagen Pinksteren. Met Pasen vieren we de opstanding van Christus, en op de vijftigste dag na Pasen vieren we de uitstorting van de Geest. Zo zit dat in elkaar. Zo hebben we dat geordend. 

Er is zelfs een gezegde aan gewijd, aan deze onwrikbare kerkelijke orde. Want we zeggen wel eens: 'Ja, als Pasen en Pinksteren op één dag vallen...' En dan bedoelen we te zeggen dat iets onmogelijk is. 'Er moet wel een wonder gebeuren.' Want dat is pas echt onmogelijk: dat Pasen en Pinksteren op één dag vallen. Kerkelijk gezien is dat waar. Maar zoals wel vaker gebeurt: Jezus doorbreekt ons denken. Jezus doorbreekt zelfs onze kerkelijk orde. Want Hij is de levende Heer. En bij Hem vallen Pasen en Pinksteren wel op één dag. 

Op de avond van de eerste Paasdag komt Christus bij zijn discipelen. Ze weten nog niet goed wat ze nu moeten denken van alles wat zich die dag heeft afgespeeld. En plotseling staat Jezus dan bij hen. Hij spreekt: 'Ik wens jullie Vrede'. En Hij laat zijn wonden zien, de littekens van het kruis waaraan Hij stierf. En de discipelen worden er blij van: ze zien de Here Jezus. Hij is het echt! Hij is het zelf! Hij is er weer! Wat heerlijk is dat! En dan zegt Jezus nog een keer: 'Ik wens jullie Vrede'. En het klinkt nu nog dieper. Want Vrede dat is: dat God ons het goede gunt. Dat God ons het leven gunt. Jezus is door de dood heen gegaan en kan juist daarom zegen en leven en vrede wensen. Gedragen door die vrede mogen de discipelen de wereld ingaan om Christus voor te stellen aan de mensen. En wat doet Jezus dan? Hij blaast. Hij beademt zijn discipelen. Wij blazen ook wel eens op een ruit, of op een brillenglas. Of in de winter beademen we onze handen wel eens als ze heel koud zijn. Zo blaast Jezus op Pasen op zijn discipelen. En dan wordt het Pinksteren. Hij blaast zijn Heilige Geest op hen. Dat is ook nodig, want ze krijgen een belangrijke opdracht: ze moeten het evangelie van Christus gaan vertellen. Ze worden uitgezonden om - niet in eigen kracht maar in de kracht van de Geest van Christus - bekend te maken wie Jezus is. Zo vallen Pasen en Pinksteren op één dag! 

In de kerk worden Pasen en Pinksteren wel eens wat te ver uit elkaar getrokken. Je hoort het ook wel, bij jongeren en ouderen, dat ze niet zo goed weten wat ze met het Pinksterfeest aan moeten. Kijk, Pasen, dat Jezus is opgestaan, dat is wel ongelooflijk, maar je kunt je er iets bij voorstellen. Pinksteren is voor veel christenen een vaag feest. Want ja, wie is de Geest? Is dat een of andere kracht? Is dat een wind die waait? Het is best jammer dat er een gapend gat is ontstaan tussen Pasen en Pinksteren. Het lijkt er op dat we Christus losmaken van de Geest. Maar het is juist goed om juist op Pasen ook al een beetje Pinksteren te vieren. Want dat hoort helemaal bij elkaar. Omdat het gaat om Jezus. Ook op het Pinksterfeest gaat het om Jezus. Om Jezus die heel dichtbij ons komt. Hij blaast op ons. Hij beademt ons met zijn Geest. Want de Geest is de Adem van Jezus, onze levende Heer. 

Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen gaan we vreugde en vrede ervaren. Tot twee keer toe zegt Jezus het: 'Vrede zij u.' Ik hoop dat u dat ook ervaart. Dat je bij alle moeite die er kan zijn in je leven, bij alle pijn en verdriet, in conflicten en teleurstellingen, toch in je hart de diepe vrede ervaart van de opgestane Heer. Hoe het er ook mag toegaan in je leven, in Christus is er Vrede. Bij Christus vallen Pasen en Pinksteren op één dag. Zijn Adem, waarmee Hij op ons blaast, doet ons ervaren: vreugde, vrede, vrijspraak. Christus stuurt ons er in de Geest daarom op uit om Hem voor te stellen als de opgestane Heer die leeft: 'Zie, Ik zend ook u.' Het kan! Christus voorstellen aan de mensen! Het is een wonder, maar het kan, want bij Jezus vallen Pasen en Pinksteren op één dag. Hij blaast op u. Hij beademt u met zijn Heilige Geest! Gods Zegen toegewenst,